19.02.2021

Rondtrekkende brikkenbakkers


Op 8 oktober 1921 had Alfons Nelissen de vergunning voor de oprichting van een “bestendige steenbakkerij” op zak. Maar hoe moest hij in godsnaam van klei brikken vormen en bakken?


Wist hij veel! Hij was een smid. Alfons stond open voor een nieuwe uitdaging. Hij was een leergierig man, hij wilde het héle proces van klei tot baksteen onder de knie krijgen. Op zondagen, de enige vrije dag in de week, stapte hij in zijn robuuste Minerva (een Belgisch automerk). Hij stak de grens met Nederland over en hij reed naar steenbakkerijen in het naburige Maastricht. Daar sprak hij met de ovenstoker die hem uitlegde hoe hij de stenen in de oven moest plaatsen en hoe het bakproces hoorde te verlopen.

Van veldoven naar ringoven

Hij begon met een veldoven waar brikken met een handpers werden gevormd. Een arbeider kon tot 5.500 bakstenen per dag vormen. Ze werden in banen op de grond en in open lucht te drogen gelegd en daarna met de kruiwagen of met kar en paard naar de oven gebracht. Een veldoven had één beperking: brikken konden enkel in de zomermaanden gebakken worden. Met de komst van de ringoven kon hij héél het jaar door bakstenen produceren. De oprichter van Nelissen Steenfabrieken kon een zekere Keyers als stoker ervan strikken. De laatste liet zijn baas weten dat hij een zéér goede handvormmeester kende: ene Gerhard Stratermanns uit Thorn, het witte stadje nabij Roermond!

Rondtrekkend

Destijds trokken brikkenbakkers rond in Duitsland, Nederland en België om bakstenen met de hand te maken en om uitbaters van steenbakkerijen te leren  hoe ze bollen klei tot een goeie brik moesten vormen. Gerhard Stratermanns was één van hen. Hij stond bekend als een baksteenmeester. “Mijn opa was één van de rondreizende brikkenbakkers die de stiel in Duitsland had geleerd. Daar deed hij genoeg ervaring op om de knepen van het vak door te geven”, vertelt Gerard Stratermans, zijn kleinzoon tevens oud-schepen en gemeenteraadslid in Riemst. “Hij trok niet in zijn eentje rond. Dat deed hij met zijn familie. Ook mijn vader ging mee. Het was seizoensarbeid. Buiten het seizoen van brikken bakken, was hij bij boeren aan het werk om in het veld bieten te kappen.”



Handgevormde gevelstenen

Op 14 februari 1927 kwam Gerhard met zijn gezin naar de steenbakkerij in Kesselt. Daar kreeg hij kost en inwoon. Hij verbleef er bijna drie jaar. Op 9 december 1929 trok hij weer verder. Maar al die jaren heeft hij handgevormde gevelstenen gemaakt. Stenen waarmee Nelissen het familiebedrijf door de jaren tot een nationale en internationale speler in de baksteenindustrie hebben uitgebouwd. De bekende handvorm was het begin van een methode om duurzame stenen, die 100 jaar meegaan op de markt, te brengen. Hij legde banen om de bakstenen op de grond te laten drogen. En nadien werden ze in hagen gezet waarna de oven met steenkool de brikken bakte.



Per stuk betaald

Hoeveel uren per dag moest hij werken? Hoeveel bakstenen met de hand vormen? Van het contract dat Alfons met Gerhard afsloot is geen spoor terug te vinden. Wel konden we een contract op de kop tikken dat de meester brikkenbakker bedong met éne Jakob Durst, eigenaar van een ringoven in het Duitse Odenkirchen. Gerhard werd per stuk betaald en tegen het eind van de week ontving hij zijn loon: 6,75 mark per 1000 gewone brikken en 9,5 mark voor gevelstenen! Hij was verzekerd tegen ziekte en invaliditeit, wat in de jaren ‘20 van vorige eeuw vooruitstrevend was. De eigenaar van de steenbakkerij betaalde de bijdrage die hij achteraf afhield van het loon van zijn handvormer. 
Acties
Verhalen