De manier waarop je een gevelsteen verwerkt, is net zo bepalend voor de uitstraling als de steen zelf. De techniek bepaalt de voegdikte, en daarmee de kleurintensiteit van je gevel. Hieronder leggen we de drie meest voorkomende methodes uit, van klassiek tot ultramodern.
Traditioneel metselwerk (met voeg)
Dit is de klassieke methode die we allemaal kennen. De stenen worden gemetseld en in een latere fase opgevoegd.
- Het effect: De voeg is ongeveer 12 mm dik en bepaalt voor 15% tot 20% de look van je gevel. Een lichte of donkere voeg maakt een wereld van verschil.
- Waarom kiezen: Dit is de meest flexibele techniek. Je kunt achteraf nog spelen met de voegkleur en het voegtype (bijvoorbeeld verdiept of platvol) om accenten te leggen.
Speciale aandacht voor gecoate stenen (Koloro)
Heb je gekozen voor een steen uit onze gecoate reeks (zoals de Koloro)? Dan vraagt het traditionele metselwerk extra aandacht om de coating niet te beschadigen of te bevuilen.
Dunbedmortel
Bij deze techniek gebruik je een speciale mortel die dunner wordt aangebracht (±6 mm). In tegenstelling tot traditioneel metselen wordt hier meestal niet achteraf gevoegd; de mortel wordt 'doorgestreken'.
- Het effect: De voeg is veel minder aanwezig dan bij traditioneel metselwerk. De kleur van de steen wordt hierdoor intenser.
- Waarom kiezen: Het is de perfecte tussenweg. Je krijgt een strakkere, modernere gevel dan bij klassiek metselwerk, maar het verwerkingsproces ligt voor de aannemer dichter bij het vertrouwde metselen dan lijmen.
Lijmen
Hierbij worden de gevelstenen op elkaar verlijmd met een zeer sterke lijmmortel. De voeg is minimaal, slechts ±4 mm.
- Het effect: Doordat de voeg bijna onzichtbaar is, lijkt de gevel één massief geheel van baksteen. De steen speelt de onbetwiste hoofdrol zonder onderbrekingen van brede voegen.
- Waarom kiezen: Voor de meest strakke, moderne architectuur. Technisch voordeel: omdat er minder water wordt gebruikt dan bij metselen, is de kans op witte uitslag (kalkuitbloeiing) aanzienlijk kleiner.