11.05.2021

Het noodlot fnuikt toekomst van jonge baas

Bij Nelissen Steenfabrieken werd Alfons “de oude” baas genoemd, zijn oudste zoon Mathieu “de jonge baas”. Deze laatste werd op 17 augustus 1957 een zekere toekomst ontnomen.

Die dag sloeg het noodlot toe. Hij vond het, plichtbewust zoals hij was, nodig om ‘s avonds nog naar de fabriek te gaan. Wat hij overigens vaker deed. Hij woonde tegenover de fabriek. Op zijn pantoffels stak hij de Kiezelweg, de staatsbaan die Lanaken met Riemst verbindt, over. Het regende die avond. En er lag modder op de weg. Op het moment dat hij wilde oversteken werd hij gegrepen door een auto. Hij werd door de wagen opgeschept maar hij had geen schijn van kans. Hij overleefde de crash niet en is ter plaatse overleden. Mathieu Nelissen was amper 44 jaar en liet een gezin met vier kinderen verweesd achter.

Een mokerslag

“Het was een ongemeen harde klap voor de familie en de steenfabriek”, vertelt zijn zoon Gaston Nelissen. “Mijn vader was een graag gezien man in de familie, in de fabriek en in het dorp. Hij had een mooie toekomst voor zich maar het mocht niet zijn. Hij was amper 16 jaar jong toen hij al in de fabriek meedraaide. Hij ging nog twee jaar naar een school en op internaat in het Luikse om zich het Frans eigen te maken. En op 18 jaar ging hij voltijds aan de slag in de fabriek. Hij was de jonge baas en zijn vader de oude”, vervolgt Gaston. “Hij werkte in de productie en heeft mee zijn steentje bijgedragen tot de verdere uitbouw van de familiezaak. Hij schuwde het werk niet, hij leefde voor de fabriek.”



Menselijk

Als jonge baas droeg hij mee een belangrijke familiewaarde uit: de minzame omgang met het personeel in de fabriek! Dat zette hij ook om in de praktijk door te zorgen dat de mensen die bij Nelissen werkten niet als een nummer werden behandeld. Integendeel, hij sprak praktisch elke dag met hen. Zo wist hij wat er op de fabriek en bij de arbeiders thuis leefde. Hij onderhield ook goeie contacten met de vakbonden. Hij was niet naïef maar stond met beide voeten op de grond. En hij wist verduiveld goed waar hij naartoe wilde.

Het dorp

Hij was van Kesselt. Hij liet zijn geliefd dorp en parochie niet in de steek. Hij was niet vies om elke maand van huis tot huis te gaan om geld in te zamelen voor de katholieke organisatie “School en kind”. Bij de opening van de nieuwe parochiezaal organiseerde hij samen met zijn schoonbroer Miel Bertrand – beiden waren zaakvoerders van de tweede generatie in het familiebedrijf - mee een groot volksfeest. Het plotse overlijden van Mathieu was ook voor de koninklijke harmonie Sint- Michaël of Sint-Michiel uit Kesselt een groot verlies. Zijn vader was één van de stichters van de muziekvereniging. Hij was geen spelend lid. Dat was Mathieu wel. Volgens Julien Nelissen, de enige nog levende nakomeling van de founding father van de steenfabriek, blies hij er de piston.

In de gemeenteraad

Mathieu was bedrijvig in de dorpspolitiek. Voor de toenmalige CVP kwam hij op de kieslijst te staan, en hij werd meteen verkozen in de gemeenteraad van Veldwezelt. Kesselt was daar toen een gehucht van. Ook in de gemeenteraad liet hij zich niet onbetuigd. Hij kwam op voor de belangen van de mensen van Kesselt. Als raadslid liet hij niet met zich sollen. Hij was een principieel man. Toen hij vond dat het schepencollege van Veldwezelt onvoldoende opkwam voor de inwoners van Kesselt en dat deed hij meermaals, trok hij zijn conclusies. Hij verliet de gemeenteraad en nam afscheid van de politiek.

 
Nieuws